“Boys get sad too.” Het is het T-shirt dat Karel van Gool eind 2024 droeg. En het is ook de titel van een eerlijke LinkedIn-post waarin hij openlijk deelde dat het niet goed met hem ging. In deze aflevering van De Nieuwe CEO spreekt Karel open over zijn traject als ondernemer, over depressie en angstklachten, over de eenzaamheid van leiderschap, over pogingen tot zelfsturing die mislukten en over het loslaten van zijn bedrijf door het over te dragen aan een nieuwe CEO. Geen theorie, geen managementtaal, wel het echte verhaal.
“Het voelde als het einde van een traject”
Wanneer Karel terugblikt op 2024, beschrijft hij het als het einde van een lange periode. Een traject dat eigenlijk al in 2018 begon en waarin veel samenkwam. Zestig trainees in dienst, twaalf vaste medewerkers, corona, het overlijden van zijn schoonmoeder en later ook zijn vader. “Dat was voor mij echt het moment dat ik dacht: volgens mij ben ik niet goed bezig. Die druk en die drukte, dat wil ik anders.” Voor hem voelde 2024 als het punt waarop alles samenkwam en zichtbaar werd.
De post die hij eind 2024 schreef, kwam er niet op het dieptepunt. Integendeel, hij benadrukt dat hij pas durfde delen toen hij er al enigszins doorheen was. “Het voelde voor mij als een goede timing. Alsof ik sterk genoeg was om het te delen. En ook een beetje om hulp in te roepen.” Hij benoemt het ook heel helder en zonder omwegen. “Mijn grote probleem was depressie en angstklachten. Misschien is dat het symptoom. En als je dat hebt, dan durf je eigenlijk niet te posten dat je dat op dat moment hebt.”
Delen als onderdeel van het proces
Voor Karel paste het delen op LinkedIn volledig bij zijn proces. Hij ziet het niet als een strategische zet, maar als iets dat eigen is aan wie hij is. “Ik hou heel erg van dat delen. Het past bij mij. Het voelde zo goed en zo belangrijk om het te delen, juist als onderdeel van mijn proces.” Hij vertelt dat hij ook in kleinere, veilige omgevingen al gedeeld had, maar dat LinkedIn voor hem een logische volgende stap was.
De reacties waren overweldigend. Meer dan vierhonderd reacties, en opvallend genoeg niet alleen van ondernemers. “Wat ik terugkreeg was herkenning. Dat donkere gat. Dat was fijn.” Mensen uit allerlei contexten herkenden zich in zijn verhaal. Het T-shirt “Boys get sad too” komt van een Engelse organisatie die pleit voor meer openheid rond mentale gezondheid. “Ik vond het heel mooi. Alles paste bij elkaar.”
“Ondernemen is gewoon super eenzaam”
Karel is daar heel duidelijk over. Ondernemen is eenzaam, zeker wanneer jij degene bent die eindverantwoordelijk is. “Als jij als eindverantwoordelijke al die besluiten moet nemen. Over mensen. Over sales. Over het voortbestaan van je bedrijf. Dat is heel eenzaam.” Hij benoemt dat gewicht zonder het te dramatiseren, maar wel zonder het te minimaliseren.
Familie en vrienden steunen vaak onvoorwaardelijk, maar begrijpen niet altijd wat er echt speelt. “Het is fijn als mensen zeggen: ik steun je. Maar niemand snapt je echt.” Volgens hem kunnen alleen andere ondernemers met een gelijkaardig pad echt aanvoelen wat dat betekent. Die vond hij onder andere bij Rubicon, en ook via zijn post. “Dat was fijn. Die herkenning.”
Geen advies, wel ruimte
Opvallend is hoe Karel omgaat met advies. Hij gelooft niet in het klakkeloos volgen van raad van anderen. “Ik denk altijd: de beste adviseur die je om je heen hebt verzameld, ben je zelf.” Bij Rubicon wordt gewerkt met vragen in plaats van oplossingen. “Wat houdt jou tegen? Dat soort vragen. Je wordt heel erg op jezelf aangewezen.” Dat dwingt tot reflectie en verantwoordelijkheid.
Op mentaal vlak kreeg hij vooral begeleiding van een therapeut. Daar is hij heel duidelijk over. “Dat is een professional. Daar moet je naar luisteren.” Hij zocht geen oplossingen bij vrienden of ondernemers voor zijn mentale toestand, maar erkent dat professionele hulp daarin essentieel was. De combinatie van sparren met ondernemers en therapie gaf hem ruimte om zelf knopen door te hakken.
“Mijn lichaam zei: je moet het anders doen”
Na het overlijden van zijn vader kreeg Karel hartklachten. Dat was voor hem een belangrijk signaal. “Mijn lichaam zei: jij moet het anders doen.” Hij vertelde zijn team dat hij op zoek wilde gaan naar een directeur. Het team reageerde anders dan hij had verwacht. “Zij zeiden: volgens mij kunnen wij dat als team ook wel.”
Hij investeerde er veel tijd en energie in. Hij haalde een teamcoach erbij en probeerde het werkend te maken. Achteraf ziet hij waar het misging. “Ik heb te weinig stilgestaan bij het totaalprofiel van het team. En bij de individuele plannen van mensen.” Hij stelde vooral de vraag wat hij nodig had, en te weinig de vraag wat zij wilden.
Pogingen tot zelfsturing en hun grenzen
Het was niet de eerste keer dat Karel experimenteerde met zelfsturing. Eerder had hij al met een holacratisch model gewerkt. “Ik denk eerlijk gezegd dat ik daar nog niet klaar voor was.” Hij benoemt ook het belang van vakvolwassenheid. “Ik geloof dat mensen kunnen samenwerken. Maar ik geloof ook dat je een bepaalde vakvolwassenheid nodig hebt om echt zelfsturend te kunnen zijn.”
Hij is daarin ook kritisch voor zichzelf. “Dat is onhandig van ons ongeduldige leiders die zo snel mogelijk een zelfsturend team willen.” Hij erkent dat hij te weinig heeft stilgestaan bij de voorwaarden die nodig zijn om dat echt te laten slagen. Het verlangen was er, maar de context en de maturiteit van het team waren er nog niet volledig naar.
“Driemaal is scheepsrecht”
Na twee pogingen die voor zijn gevoel mislukt waren, besloot Karel dat hij nog één keer alles op alles zou zetten. “Of ik stop ermee. Of ik verkoop het. Of ik laat het door iemand anders runnen.” Het was een helder beslissingsmoment. En toen kwam Sophie. “Je bent precies op het juiste moment, zei ze.”
Hij herinnert zich het moment nog goed. “Waarom voelde dat zo goed? Het had te maken met eigenaarschap.” Hij was expliciet naar haar toe. “Ik heb haar gevraagd: dit is wat ik nodig heb. Wat wil jij?” Elke keer opnieuw overtrof ze zijn verwachtingen. “Ik durfde het bijna niet te geloven.”
Overdragen is een werkwoord
Vandaag is Sophie CEO. En Karel is bewust zo weinig mogelijk operationeel betrokken. “Mede op verzoek van Sophie doe ik zo min mogelijk.” Hij benoemt het scherp. “Overdragen is een actief werkwoord. Het is niet loslaten en hopen dat het lukt. Het is echt overdragen. Ruimte geven.”
Op donderdagen is er kantoordag. Of beter gezegd: was. “Sophie zei: alsjeblieft, wees hier niet op donderdag.” Niet uit onvriendelijkheid, maar uit duidelijkheid. “Ik ben nu in charge.” Karel erkent dat dat nodig is. “Het viel me heel erg mee hoe makkelijk dat was. Maar ik had het ook nodig.”
“Luister naar jezelf. En naar je lichaam.”
Wat zou hij andere ondernemers willen meegeven. “Luister naar jezelf. Luister naar je lichaam. Zorg voor ontspanning. En wees eerlijk naar jezelf.” En hij voegt er meteen iets aan toe. “Zoek een sparringpartner buiten je bedrijf. Iemand die zakelijk kan kijken en durft zeggen: volgens mij heb je het te druk.”
Hij gelooft niet in snelle oplossingen of in heroïsch doorbijten. Hij gelooft in eerlijk kijken naar wat werkt en wat niet werkt. En in mensen rondom je verzamelen die niet in je organisatie zitten, maar wel durven spiegelen.
Zijn bedrijf. Zijn identiteit.
Karel is uitgesproken over zijn bedrijf en over waarom hij het doet. “Ik ben zo’n fan van wat we doen. We leiden jonge mensen op die net klaar zijn met hun studie. We helpen hen in de eerste stap van hun carrière.” Het komt uit zijn tenen, zegt hij letterlijk. “Het is heel lang mijn identiteit geweest.”
Hij praatte er altijd over, ook op feestjes. “Voor mij was het echt wie ik was.” Zou hij dingen anders doen. “Ik zou wel eerder een directeur hebben aangenomen.” En tegelijk. “Driemaal is scheepsrecht.” Hij ziet zijn traject niet als falen, maar als leren.
Minder potjes op het vuur
Hoeveel potjes staan er vandaag nog op het vuur. “Zo min mogelijk. Boeken lezen. Fietsen.” Tegelijk voelt hij het ook kriebelen. “Ik heb wel weer zin om andere mensen verder te helpen. Ik ben altijd mentor geweest.” Hij wil opnieuw coachen, spiegelen, begeleiden.
Wel met grenzen. “Ik wil daar een bepaalde balans in vinden.” Reizen, fietsen, tijd met vrienden. En hij besluit nuchter. “Ik heb de luxepositie dat het kan. En dat ik keuzes kan maken die mij mentaal en fysiek gezond houden.”